Adolphe Quetelet

Adolphe Quetelet was een van de meest invloedrijke sociale statistici van de 19e eeuw en heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de Europese sociale wetenschap. Adolphe Quetelet werd geboren op 22 februari 1796 te Gent en studeerde wiskunde aan de Universiteit van Gent. In 1830 raakte hij betrokken bij de allereerste grote volkstelling in de toenmalige Nederlanden. Hij paste zijn kennis van de statistiek toe op de resultaten van deze volkstelling. Ook ontwikkelde hij het idee van de "gemiddelde mens". Bij deze statistische analyses vond hij een relatie tussen lichaamslengte en gewicht bij de gemiddelde mens. Later werd deze relatie in formulevorm internationaal bekend als de Quetelet Index, later omgedoopt in de Body Mass Index.

Body Mass Index

Met behulp van de Body Mass Index (BMI) hebben we het begrip “ideaal gewicht” kunnen uitdrukken in een bruikbaar getal. De Gezondheidsraad heeft een BMI van 30 als grens gesteld waarboven men spreekt van obesitas (vetzucht met grote gezondheidsrisico’s). Een verhoogd lichaamsvetpercentage heeft via een aantal fysiologische mechanismen invloed op onder andere het cholesterolgehalte, de bloeddruk en het bloedsuikergehalte (risico voor Diabetes Type II).

De Body Mass Index wordt berekend door het naakte lichaamsgewicht te delen door het kwadraat van de lichaamslengte gemeten op blote voeten

Body Mass Index = lichaamsgewicht (in kilogram )

(lichaamslengte)2 (in meter)

Bereken je BMI (voor volwassen personen)

Mijn gegevens

Ik ben  

Mijn resultaat


Toepassing

De BMI kan niet in alle gevallen zomaar worden toegepast en mag alleen worden gebruikt voor volwassenen. De index is niet bruikbaar voor kinderen in de groei, zwangeren en topsporters. Ook voor mensen met een uitzonderlijke lichaamsbouw mag de index niet zomaar worden toegepast. Bij de tabel wordt uitgegaan van een gemiddelde lichaamsbouw. Voor een kort, gedrongen en gezet type of voor een lang en mager type mag niet te snel de conclusie te dik of te mager worden getrokken op basis van de BMI uit de tabel.

Appel- en peervormige vetverdeling

Er zijn verschillende methoden om het lichaamsvet te meten en zo per individu het ideale of gewenste gewicht te bepalen. Het gewicht wordt gemeten, de lichaamsomtrek van diverse lichaamsdelen worden gemeten, de dikte van huidplooien op verschillende plaatsen van het lichaam en de elektrische weerstand.
Mannen en vrouwen worden op verschillende manieren dik. Vrouwen hebben het meeste vetweefsel vlak onder de huid op heupen, bovenbenen en billen. De overtollige energie zal dan ook op die plaatsen worden opgeslagen. We noemen dit een ‘peervormige’ vetverdeling. Bij mannen wordt het reservevet dieper in het lichaam opgeslagen in de buikholte en rond de inwendige organen. We spreken van een ‘appelvormige’ vetverdeling. Als bij vrouwen de verhouding tussen de omtrek van de heupen en de taille groter is dan 0,85 dan spreken we van een peervormige vetverdeling. Is deze bij mannen groter dan 1 dan spreken we van een appelvormige vetverdeling. Mannen moeten zich zorgen maken als de omtrek van hun taille groter is dan 102 cm en vrouwen als deze groter is dan 88 cm.

Deel deze pagina

 © Voedingswaardetabel.nl