Malrove, Marrubium vulgare
Beschrijving over malrove
Winterharde vast plant die 30 to 60 hoog wordt en witviltig behaard is. Aan de vierkante stengel groeien sterk gerimpelde eironde bladeren.
Van juni tot oktober bloeien witte lipbloemen die in kransen in de bladoksels staan. De vruchtjes rijpen in de herfst. Het zijn onbehaarde zaadhuisjes die naar muskus ruiken. Het kruid malrove (in het latijns Marrubium vulgare) komt uit de kruidenfamilie lipbloemenfamilie (Labiatae). Malrove komt ook voor onder de naam: appelkruid, longkruid, witte andoorn.
Waar wordt malrove gevonden?
In Nederland sporadisch in het wild op zandgrond.
Oorsprong malrove
Centraal-Azië en Europa.
Hoe kun je malrove kweken?
Vermeerderen door zaaien of stekken. Op arme grond gaat dit zeer makkelijk.
Bewaren van malrove
Zodra de plant gaat bloeien de bladeren en bloemtoppen oogsten en drogen.
Eigenschappen van malrove
De bladeren ruiken naar tijm, smaken erg bitter en worden als geneeskruid gebruikt. Ze bevatten galzuur, etherische olie en marrubine.
Meer kruiden uit de lipbloemenfamilie